Wereldcongres Internationaal Vakverbond - Vancouver - 21 tot 25 juni

Het 2de wereldcongres van het Internationaal Vakverbond (IVV) draait rond de wereldcrisis en de sociale oplossingen voor deze crisis.


Het ACV stuurt een sterke delegatie naar dit congres. De delegatie wordt geleid door Luc Cortebeeck die ondervoorzitter van het IVV is.



woensdag 10 juni 2009

China op het matje

Wanneer is een gebeurtenis historisch? Dat kan je moeilijk op het moment zelf bepalen. Maar gisteren maakte we een bespreking mee met China, waarin de officiële Chinese vakbond zich opstelde als vakbond en dus niet meer als vazal van de regering. Het is duidelijk: er verandert wat in China. Dat bleek ook toen wij gisteravond de Chinese vice-voorziitter van de vakbond ontmoetten. Hij en zijn delegatie weten wat er omgaat in de wereld. We spraken over internationaal vakbondswerk en over vakbondswerk in China. Het is de ACFTU die Wall-Mart, een Amerikaanse winkelketen, sociale manieren heeft geleerd en niet de Amerikanen. Over de bespreking van het geval China laat ik graag Gilbert De Swert aan het woord. Hij was vroeger hoofd van onze studiedienst en staat ons hier met raad en daad bij als vrijwilliger. 

China krijgt westerse sproeten

Internationale Arbeidsconferentie, dinsdag 9 juni. China zit op de bank in de Commissie voor de naleving van de arbeidsnormen. China wordt getoetst op Conventie 122 die van landen een actieve werkgelegenheidspolitiek vraagt.

En China laat onvermoede westerse trekken zien.

Mohui Jiang, de breedlachende jongeman van de Chinese regering, borstelt in een kwartiertje (en niet in de gebruikelijke drie of vier uren) de crisisaanpak van zijn land:

-     de uitleg gebeurt in een aardig Engels, alleszins aardiger dan dat van wereldburgers Verhofstadt en Dehaene;

-     de omvang van het crisisplan is duidelijk Amerikaans: de Chinese overheid gooit er ruim 600 miljard dollar tegen aan;

-     maar de maatregelen zelf klinken opvallend Europees: uitgebreide infrastructuurwerken worden voortvarend op stapel gezet (China maalt niet over een paar Lange Wappers, luchthaventerminals of duwvaartkanalen meer), ondernemingen worden gesubsidieerd om mensen niet meteen af te danken (versta: tijdelijke werkloosheid voor staats- en andere bedienden); RSZ-stortingen mogen uitgesteld worden (hoe Belgisch); 50 miljoen Chinezen gaan even in opleiding (Deens model);

-     en vooral: er gaat gezondheidszorg en ziekteverzekering komen voor alle Chinezen. ‘Socialistisch’ China heeft nu, volgens de Wereldgezondheidsorganisatie, zo ongeveer de meest ongelijke gezondheidszorg ter wereld. Maar Obama zal moeten opletten of China gaat nog eerder dan Amerika een algemene ziekteverzekering hebben.

 

Niet alleen lieve woorden

Tweede verrassing: Hanquan Li vraagt het woord. Een Chinese synidicalist en hij heeft niet alleen lieve woorden voor zijn regering. Nee:

-     hij zet cijfers op dé uitdaging voor China’s arbeidsmarkt: elk jaar komen er in de steden 24 miljoen werkzoekenden bij en trekken 10 miljoen plattelanders naar de stad, maar ook met 8% groei komen er maar 12 miljoen jobs bij;

-     hij benoemt de kwestie van de talloze binnenlandse migranten : 240 miljoen inmiddels, van wie 130 miljoen in de grootsteden. Zonder verblijfsvergunning, dus zonder recht op legaal werk, op huisvesting, op gezondheidszorg. Dus zeer vatbaar voor uitbuiting: slechts een kwart van het loon van stedelingen; een habbekrats die al te vaak ook nog te laat of helemaal niet betaald wordt. Maar het zijn wel die mannen en vrouwen die 16% van China’s BBP bijeenwerken;

-     hij vindt ook dat de regering meer kan doen voor lage inkomens (op het platteland) en voor gehandicapten (officieel met 83 miljoen, van wie een kwart werkt);

-     en hij zegt dat ook de vakbond tegenwoordig VDABeetjes opzet.

Hé hé. Verbaasde hoofden draaien om op de syndicale banken, verrukte ogen rollen.

Werkgeversvertegenwoordiger Wu Ju blijft niet achter. Hij verklaart heel aardig te kunnen samenwerken met regering en vakbond. Afin, de minst westerse van de Chinese sprekers. Gelukkig houdt hij het maar vijf minuten – geen risico op knikkebollen of snurken.

Uitsmijter komt van onze Amerikaanse brother van AFL-CIO. Hij bezweert de Chinezen het bij hen allemaal keurig democratisch en transparant volgens de regels te doen. Ook de madam van de Amerikaanse regering vergeet altijd gewillig dat, net als China, Amerika nog altijd niet de fundamentele conventies (87 over vakbondsvrijheid en 98 over collectieve onderhandelingen) ondertekend heeft. Maar China heeft al wel, en de VS nog niet de conventies over kinderarbeid geratificeerd.

Misschien komt Obama best volgend jaar naar de Arbeidsconferentie, om China en Amerika ook sociaal toe te naderen, en vooral tegen zijn landgenoten te zeggen: de internationale arbeidsnormen, yes we can too!

 

Laat ons niet in de steek

Gisteren werd in de Commissie Normen een begin gemaakt met de ‘gevallen’, de landen die op het matje geroepen worden. Zaterdag hadden we al een voorproefje gehad met de speciale zitting voor Birma/Myanmar. De belangrijkste aanklacht tegen dit land is dat ze de mensen gedwongen laten arbeiden. Vaak gaat dat over infrastructuurwerken die moeten uitgevoerd worden – bv. wegen aanleggen - en waarvoor de bevolking gewoon wordt opgevorderd.

Het regime buit de mensen uit op de meest grove manieren. Het land moet elk jaar voor de Commissie Normen verschijnen, maar de vooruitgang is gering. Wij hebben zelfs de indruk: bijna onbestaande. De regering verdedigt zich ieder jaar met te zeggen dat ze dit en dat gedaan heeft. Maar wij denken dat ze juist genoeg doet om de Aziatische landen die hen blijven steunen in de Commissie iets in handen te geven om te zeggen ‘zie je wel dat ze hun best doen’. De IAO heeft een aantal jaren geleden een bureau geïnstalleerd in het land om het mogelijk te maken dat mensen klachten indienen. Voor dat bureau werken ook een aantal facilitatoren, mensen van daar die moeten helpen als iemand een klacht wil indienen. Blijkt dat een heel aantal van die facilitatoren in de gevangenis zitten. Wegens subversieve activiteiten. De vakbond, de vrije vakbond, zit overigens net over de grens in Tailand, want die wordt in eigen land ook als staatsgevaarlijk beschouwd.

Dit jaar was er dan ook nog de nieuwe ‘episode’ i.v.m. Aung San Suu Kyi, de oppositieleidster die al jaren gevangengehouden wordt door de militaire junta. Er was die Amerikaan die zogezegd een meer was overgezwommen en zich op die manier toegang verschaft had tot het huis waar ze verblijft. Daarmee had Aung San Suu Kyi volgens het regime de voorwaarden om daar te mogen wonen overtreden, dus moest ze opnieuw berecht worden. Allemaal opgezet spel, want het schijnt volstrekt onmogelijk te zijn om dat huis te naderen – ook niet langs het water – zonder gezien te worden. Maar met dit alles zit de oppositieleidster wel in de gevangenis en het is hoogst onwaarschijnlijk dat ze zal kunnen terugkeren naar het huis waar ze vandaan komt.


In het geval van Birma/Myanmar vraag ik me eerlijk gezegd wel eens af of ons werk met de Commissie wel zin heeft, maar de mensen van daar smeken ons om er mee door te gaan. Hoe klein de vooruitgang die gemaakt wordt ook is, het is altijd dat. “En voor de rest is er helemaal niemand, ook geen organisatie, die enige invloed heeft op de militaire junta”, zeggen ze ons. “Laat ons alstublieft niet in de steek.”


Dat was dus vorige zaterdag.Gisteren hadden we dan Colombia, Chili en Turkije aan de agenda.
Voor Colombia zijn we tot goede besluiten gekomen. Enerzijds erkennen we dat er een aantal verbeteringen zijn – de werkgevers wilden Colombia hier als ‘cas de progres’ opvoeren. Bv. de wetgeving is een klein beetje verbeterd. Maar anderzijds blijft het feit dat er in 2008 48 vakbondsleiders vermoord zijn en in 2009 al 18. Dat is een ondraaglijke situatie. Mensen worden vermoord omdat ze opkomen voor anderen.


De conclusie is dat de regering ons moet blijven informeren en dat de BIT (Bureau International du Travail, de administratie die de IAO ondersteunt) middelen zal vrijmaken om hen te helpen. Maar het land blijft onder constante opvolging.Voor Chili, waar het gaat over sociale zekerheid, en Turkije, waar de vakbondsvrijheid in het geding is, zijn we nog niet tot besluiten gekomen.

Earthland


In de COW hebben we 10 achtereenvolgende debatten beluisterd. Het laatste zit er op. Nu krijgen we een reeks inhoudelijke tripartiete besprekingen.

Uit het laatste debat enkele interessante statements. Tariq Banuri, directeur van de divisie duurzame ontwikkeling bij de UNO, paste een knap mechanisme toe. Hij verkleinde de wereldbol met 6 miljard mensen 1000 maal tot het land Earthland met 6 miljoen mensen. Dat maakt het overzichtelijk en herkenbaarder.

Earthland is het meest ongelijke land ooit. Ongelijker dan Zuid-Afrika onder de apartheid. 80% van de Earthlanders heeft geen sociale zekerheid. De sociale wetgeving geldt enkel voor een fractie van de burgers. Vooral de blanke minderheid heeft het goed; woont en werkt in comfortabele omstandigheden. De meerderheid van gekleurde Earthlanders leeft in grote miserie. Banuri koppelde hier nog tal van beschouwingen aan vast. Het was geen eye-opener. Maar toch een confronterende manier om de globalisering nog eens origineel in de kijker te plaatsen.

Banuri ging ook in op de klimaatopwarming. We gebruiken nu vooral fossiele energie. Deze schat zat millennia lang onder de grond verborgen. Vandaag exploiteren we die volop. Omdat we ze zeer goedkoop opdelven. Als we nu een algemene CO² uitstootbeperking opleggen -en alles zetten op renewable energy- stellen we de Low Develloped Countries (LDC) voor het blok. Die kunnen financieel nooit de duurdere renewables aan. We belemmeren dus hun ontwikkeling. In Earthland zou bijvoorbeeld 90% van de burgers niet mee kunnen met zo’n verplichting. Enkel de 10% rijksten kan zich dan de duurdere energie van zonnepaneel of windmolen veroorloven. De anderen vallen zonder energie. Daarom pleit Banuri voor een Global Funded Program dat alle landen toelaat mee te stappen in de klimaatoplossingen. Zo kunnen ook de LDC zich blijven ontwikkelen en kunnen we allen de wereldbol vrijwaren van onherroepelijke teloorgang. We hebben nog amper 10 jaar, was zijn besluit.

Ook dit stelt de roep naar een greening economy in een breder perspectief. We moeten vooral niet klagen dat we dit vooral met het rijke westen moeten aanpakken. En dat andere landen maar ongewijzigd verder doen. Neen, we moeten er juist op een solidaire manier voor zorgen dat iedereen in Earthland kansen en mogelijkheden krijgt om zich aan te passen. Dat is ook in het belang van de rijkere blanke minderheid. Want als het land vergaat, blijft er niemand over. Een boodschap die knap gebracht werd. Hopelijk blijft ze bij velen hangen.

dinsdag 9 juni 2009

De amendementenslag in de aids commissie


In de aidscommissie is de amendementenslag volop op gang. Alle groepen bespreken apart de tekst en kunnen amendementen indienen. Alleen al voor de preambule waren er ruim honderd amendementen. Die moeten naargelang de titel en de rangorde in de ontwerptekst tegen een bepaald datum en uur worden ingediend bij “the office”. Da’s telkens een rush tegen de klok in onze groep.

Sommige amendementen in onze groep vanuit de europese vakbonden waar we ook expliciet willen focussen op mannelijke homo’s als risicogroep en te betrekken groep bij het beleid, net als de "sex workers", veroorzaken steevast allerlei culturele remmingen bij sommige van onze Afrikaanse collega’s om die dingen bij hun naam te noemen. Twee beweerden in het vuur van het debat dat in hun land geen prostitutie voorkwam. Nou moe. Moeizaam raakten we eruit. Een Spaanse collega produceert overvloedig gedetailleerde en tijdrovende amendementen vanuit de Spaanse context. Zo tikt de tijd weg in onze vakbondsvergaderingen.

Ik word intussen mee ingeschakeld om amendementen te gaan indienen bij” the office”, waar ILO ambtenaren dat in geijkte standaardbewoordingen pogen te zetten, en zorgen voor een gedrukte spaanse en franse vertaling. Een tijdje later pendel ik ook tijdens de plenaire besprekingen tussen de Franse regeringsvertegenwoordiger van de IMEC groep en de workers, om compromisteksten erin te masseren. We kennen elkaar al eerder van de Dublin stichting en andere Europese overlegtoestanden. En dat helpt soms wat. Met hem valt af en toe meer te regelen dan met de wat conservatieve Tsjechische woordvoerster namens de EU. Die treedt vrij vaak de werkgeversdelegatie bij in de discussies.

Gisteren en vandaag worden Suzanna en ikzelf er door de workersgroep op uitgestuurd om samen met een Canadese werkgeversvertegenwoordigers compromissen pogen te maken over de komende amendementen. Het volstaat in de plenaire zitting om een akkoord te hebben tussen werkgevers en werknemers om een tekst aanvaard te hebben. Die apartjes leveren wat resultaat op. Bij meerdere punten in de plenaire vergadering, worden onze compromisteksten aangenomen.

Vanavond hoorden we in de plenaire zitting ook tot ons genoegen hoe de twee Belgen in de regeringsgroep de EU met succes over de streep duwden ter ondersteuning van een Afrikaans voorstel over een verbod voor werkgevers om werknemers te testen. Mooi. Eindelijk.

We smaken enkele keren het genoegen om eigenhandig geschreven amendementen in de goedgekeurde tekst te sluizen. Maar het is een uitputtingsslag over punten en komma’s. En af en toe over principes als het recht op privacy, een discriminatieverbod voor seropositieven, een verbod op verplichte testen door werkgevers. Gisteren was het vergaderen van negen uur ’s morgens tot 10 uur s’avonds. En ook vandaag is het weer van dattem. De delegaties worden voorlopig niet murw: het kost bijvoorbeeld ruim een half uur plenaire discussie of gegevens over de hiv status van werknemers confidentieel of anoniem moeten blijven, wat het verschil is tussen beide, en of niet de beide moeten worden vermeld. Het wordt voorlopig beide, maar er moet nog een juridisch advies komen over een ander tekstgedeelte. De meest vasthoudende wint. Soms.

De straffe madammen van de aids commissie

Als u dacht dat het alleen maar straffe Jannen zijn die het mooi weer maken in de Aids commissie hebt u het mis. De twee Jannen worden bijgestaan door Suzanna Muskat-Gorska, de kersverse HIV-Aids coordinator van ITUC, overgewaaid van Solidarnosc. Ze giet alle amendementen in een excell bestand, duidt online met kleurtjes aan welke teksten we aannemen, wat we verwerpen, wat we dan weer wel goedkeuren. Zodat de hele werknemersgroep kan volgen welke amendementen we nu al of niet opnamen.En we zelf het spoor niet bijster raken. Met haar trek ik tussendoor naar “the office” en naar de werkgevers vertegenwoordiger om compromissen te bedisselen.

Amrita Sietaram, de straffe madam van Actrav is onmisbaar om onze werknemersgroep op het juiste spoor te houden. Verbonden aan het werknemersbureau bij de ILO kent ze het klappen van de ILO –zweep en de procedure regels. Ze pepert het er af en toe goed in: wanneer w e waar horen te zijn, hoe dat zit met stemmingen, waarom die aanwezigheidslistings van belang zijn, wat we waarom best hoe doen, en waaraan we beter geen tijd verliezen, …En met haar stamboek uit het Nederlandse CNV kunnen we af en toe al eens in wat rad nederlands opmerkingen maken en vragen stellen. Ook wel eens handig in dit gezelschap waar nederlands een exotische taaltje is.

U ziet het al : geen sterke jannen zonder straffe madammen.

zaterdag 6 juni 2009

De Jannen van de Aids commissie

De werknemersgroep van de Aids commissie wordt voorgezeten door twee Jannen. Jan Sithole is de secretaris generaal van de SFTU, the Swaziland Federation of Trade Unions. Hij kent aan de lijve het belang van ILO-conventies: zijn land verschijnt ook dit jaar voor de commissie van de normen. Voor het beknotten van, vakbondsvrijheid. Zelf kwam hij het afgelopen jaar nog in de gevangenis terecht wegens verboden vakbondswerk. Hoedje af . Hij wordt bijgestaan door onze Jan. Jan Dereymaeker van het ITUC, tot voor een paar jaar hoofd van de internationale dienst van het ACV. Ze vullen elkaar goed aan: Jan Sithole vooral bezorgd dat iedereen aan bod komt en zijn ding kan doen. Jan Dereymaeker die af en toe wat orde op zaken stelt, discussies inkort en formuleringen voorstelt om uitlopende discussies te beëindigen. Zoals het hoort voor een door de wol geverfd coördinator van het ITUC..

AIDS: 't wordt een aanbeveling

Gisterenavond was het dan zover in onze commissie over aids. Er moest gestemd worden of het nu een conventie zou worden of een aanbeveling. Hoe onze woordvoerder ook probeerde om de stemming uit te stellen, het mocht niet baten. De regeringen en werkgevers wilden meteen een stemming.

Oh, en er werd aardig wat lippendienst bewezen door de werkgevers en de regeringen aan de goede zaak. We mochten vooral niet twijfelen aan hun goede bedoelingen. Ze wilden een krachtig beleid rond aids. Maar het moest wel een aanbeveling blijven. Want ze wilden flexibiliteit en soepelheid om het nationale beleid aan te passen aan de nationale context. En aan de evolutie van de wetenschap.

Waarom je flexibiliteit nodig hebt voor principes als een discriminatieverbod voor seropositieven, of voor een verbod voor werkgevers om hun werknemers op HIV te testen en die resultaten in te kijken, dàt werd niet uitgelegd . Ook niet door de Europese unie die met zijn Tsjechische woordvoerster een wat rechts conservatieve lijn aanhoudt. Maar toegegeven: in de ontwerptekst staan ook een reeks bepalingen over steunprogramma's en gezondheidsbeleid die inderdaad eerder in een aanbeveling thuishoren. En je kan inderdaad twijfelen of de problematische landen ooit zo een conventie zullen ratiferen.

Hoe dan ook het werd gisteren snel en pijnlijk duidelijk dat de werknemersgroep geheel alleen stond met zijn keuze voor een conventie. Het werkgeversblok werd in zijn keuze voor een aanbeveling uitdrukkelijk gesteund door de Europese unie, de United States, China, en een reeks van Afrikaanse landen. Enkel Venezuela steunde uitdrukkelijk de werknemersgroep.

Ons amendement werd dan maar tandenknarsend terug getrokken. Het wordt , tot nader order, een aanbeveling. Eentje die dan in alle landen moet voorgelegd worden aan het bevoegd wetgevend orgaan. En waarover alle landen zullen moeten rapporteren wat ze er mee gedaan hebben. Aan het slot van de aanbevelingstekst kunnen we het nog eens proberen. En er volgt in elk geval een tweede lezing volgend jaar.

Vandaag zaterdag gaat de amendementenslag hier de hele dag verder. Houden jullie België morgen wat zindelijk in het stemhokje ?

vrijdag 5 juni 2009

Meer investeren in sociale dialoog

De meest harde confrontatie voor een Europeaan op de ILO-conferentie, is deze dat meer dan 80% van de werknemers wereldwijd niet geniet van sociale bescherming. Deze mensen hebben geen sociale zekerheid, geen sociaal vangnet, geen sociale wetgeving, geen sociaal overleg. Zij vallen onder wat men noemt, de informele economie. Het zijn werknemers zonder rechten.
De crisis treft op veel hardere wijze deze zwakkere "informal workers". En zeer dikwijls dan nog vrouwen.

Dit alles gebeurt ondanks het bestaan van de fundamentele ILO-normen. Vrijheid van vereniging en recht op collectief onderhandeling zijn voor die Europeaan evidenties waar geen vragen bij gesteld worden. Maar elders in de wereld worden deze normen slecht toegepast, of niet gerespecteerd.

We hoorden al stemmen dat de crisis maar kan bestreden worden door niet te hard te focussen op de normen. Door wat flexibeler om te gaan met de toepassing ervan. Door wat meer evenwicht te brengen tussen normen en economische noden. Alsof die normen een rem zouden zijn voor een economische relance.

Verschillende experten kwamen de afgelopen dagen in the Commission of the Whole tegengewicht bieden tegen deze "visie".De crisis is er juist gekomen omdat men wereldwijd her en der normen aan zijn laars lapte.Omdat men niet genoeg investeerde in sociale dialoog en niet luisterde naar de stem van werknemers.
Omdat men verblind werd door hebzucht.
Financiers waren dronken van two-digit returns.
Economisten zaten te slapen aan het stuur van een op hol slaande wagen.
Kortom we hadden reeds jaren een onverantwoord economisch rijgedrag.
Waarbij men geen rekening hield met de andere weggebruikers. De zwakke weggebruikers: de werknemers.
En zo creëerde men een gigantische kettingbotsing. Waar nog steeds wagens inrijden op de staart ervan.
Bedrijven gaan overkop. Werknemers worden slachtoffer en verliezen hun job.

Dit mag niet opnieuw gebeuren. Er moet meer geïnvesteerd worden in sociale dialoog.
Zodat men luistert naar mekaar en niet blind en egoïstisch handelt.Die dialoog komt er niet vanzelf maar is altijd het resultaat van wederzijds respect.Tussen werkgevers en werknemers.
Die dialoog moet meestal ook sterk ondersteund en aangemoedigd worden. Door de overheid.
Zelfs in Europa overleggen en onderhandelen we immers dikwijls onder de schaduw van de wetgeving. Die zachte (of soms harde) dwang tot dialoog zorgt voor evenwicht, voor een sociaal gecorrigeerde vrije economie.Die sociale dialoog zal dus een essentieel onderdeel moeten zijn van gelijk welk crisisbestrijdend recept.

Normen zijn dus geen onderdeel van het probleem, wel een onderdeel van de oplossing.
En daarin moet we allen investeren.Wat als de ILO een fractie zou krijgen van de miljarden die rondgaan binnen Wereldbank en IMF?Wat zou men daar niet mee kunnen investeren om de "social capacity" wereldwijd mee te verbeteren.

Zodat informele werknemers, formele werknemers worden.Zodat ze volwaardig mee kunnen deelnemen aan de maatschappij.Misschien kan die verdomde crisis zo toch nog een positief effect ressorteren.

Een droom? Misschien. Maar die droom willen we hier via de Conferentie toch wat werkelijkheid laten worden.

We hebben een lijst!

Gisteren hebben we met de Commissie van de Normen beslist over de lijst van 25 landen die we gaan behandelen. Die landen moeten zich volgende week komen verantwoorden voor allerlei inbreuken op de normen.
Dat is elke keer een heel moeilijke oefening. Dit jaar vertrokken we van een lijst van liefst 1768 rapporten over inbreuken op allerhande IAO-conventies. Al die inbreuken werden door experten van de IAO onderzocht en vakkundig gerapporteerd. Op één week tijd kan je hooguit 25 gevallen grondig behandelen in de Commissie. U ziet al meteen hoe moeilijk zo een selectie is: van 1768 rapporten er amper 25 overhouden.

Daarbij komen diverse evenwichten om de hoek kijken. Een evenwichtige regionale spreiding: het zou niet aanvaardbaar zijn dat enkel arme landen uit het Zuiden aan bod zouden komen. Liefst komen er vanuit alle continenten landen op het lijstje. Uiteraard moeten de zwaarste inbreuken op de fundamentele IAO conventies aan bod komen: landen waar gesold wordt met kinderarbeid of geen vakbondsvrijheid bestaat. Maar liefst zijn er ook een aantal gevallen bij over wat meer technische conventies, zoals bijvoorbeeld problemen met de arbeidsinspectie of met conventies over sociale zekerheid.

Die selectie ligt op zich al heel moeilijk in de werknemersgroep. En dan moeten we ook nog met de werkgevers een akkoord kunnen maken. De regeringsgroep, rechter en partij in deze zaak, houdt zich bij die selectie in de vergadering meestal wat afzijdig. Maar sommige landen trekken wel achter de schermen alle mogelijke registers open om te vermijden dat ze op de lijst komen. Heel vervelend voor hen is dat het die vakbonden en werkgevers zijn die in de praktijk beslissen wie er op het strafbankje moet. Anders dan in de Commissie Mensenrechten van de Verenigde Naties hebben ze hier geen vetorecht, baten geen coalities met rijke of machtige bondgenoten. En dus gaan staatshoofden hoogstpersoonlijk aan de telefoon hangen bij de IAO-directie, dreigen hun financiële bijdrage aan ILO programma’s te schrappen, of slagen erin hun eigen vakbonden te laten tussenkomen in de werknemersgroep om hun land toch maar niet op de lijst te zetten. Allemaal meegemaakt de voorbije dagen. En allemaal vergeefs. Het illustreert alvast de grote gevoeligheid van al die landen voor een mogelijke IAO-reprimande.

Hoe moeilijk die discussie al is zonder dat lobbywerk van machtige landen merk je bijvoorbeeld aan de heftige discussies in de werknemersgroep zelf rond Venezuela. Dat gaat gepaard met geroep en getier op zijn Latino’s, toch heb ik dank zij een weldenkende meerderheid toch de orde kunnen herstellen. Voor sommige collega’s is Chavez nu eenmaal de meest sociale president ter wereld. Maar voor anderen, en dan hebben we het ook over Venezolaanse vakbonden, is Chavez dan weer de grootste dictator van Zuid Amerika. Die niet te beroerd is om onafhankelijke vakbonden uit te schakelen als hem dat uitkomt, en bij voorkeur werkt met door hem gecontroleerde organisaties. Venezuela staat dit jaar op de lijst.

En met Venezuela ook Belarus (Wit-Rusland), Chili, China, Colombia, Costa Rica, Congo, Ethiopië, Guatemala, Iran, Israël, Italië, Zuid-Korea, Koeweit, Maleisië, Mauritanië, Myanmar (het vroegere Birma), Nigeria, Pakistan, Panama, Peru, de Filippijnen, Rusland, Swaziland en Turkije.

Italië poogde met man en macht te ontkomen aan een rapport over hun discriminatie van migranten. Israël schakelde al eveneens zijn lobbywerk in de hoogste versnelling voor hetzelfde soort overtredingen. Ook Rusland en China komen op het matje: bij China gaat dat over hun arbeidsmarktbeleid, bij Rusland over kinderarbeid. Columbia en Guatemala wordt rekenschap gevraagd voor aanhoudende moorden op vakbondsleiders, Turkije en Swaziland voor het beknotten van de vakbondsvrijheid.

Dat lijstje van 25 is het resultaat van besprekingen in onze werknemersgroep waar we tot een lijstje kwamen van 27 landen. Daarmee trok ik dan naar Ed Potter, mijn collega voorzitter van de werkgeversgroep. Het compromis, bovenstaand lijstje van 25 landen werd in onze beide groepen door een meerderheid goedgekeurd. En nadien ook in de plenaire vergadering van de Commissie van de Normen.

Enig minpunt leek me dat het niet lukte om Japan op de lijst te krijgen. Japan bood nooit officiële verontschuldigingen aan de duizenden vrouwen uit door Japan bezette gebieden die tijdens de tweede wereldoorlog met gedwongen prostitutie de Japanse miltairen van dienst moesten zijn. De overlevende vrouwen wachten al jaren vergeefs op een formeel gebaar en minimale verontschuldigingen van Japan. Wat tal van andere regeringsleiders wél konden, zich formeel verontschuldigen voor (oorlogs-)misdaden uit het verleden, kan er bij Japan nog steeds niet af. Over dat al jaren aanslepend twistpunt was ook dit jaar geen compromis mogelijk met de werkgevers. Ook al wordt dit officieel niet besproken, toch zal ik vanuit de werknemersgroep Japan niet sparen tijdens mijn verslag aan de voltallige conferentie op de slotzitting.

Vanaf volgende week beginnen de besprekingen van de rapporten over en met de geselecteerde landen. Er is weer werk aan de winkel. Maar de eerste zware hindernis is genomen. Persoonlijk vind ik dit een mooie en evenwichtige lijst. Ware het niet dat mooi niet bepaald de omschrijving is voor dit soort inbreuken op internationale arbeidsnormen.

Nieuws uit de COW

Onze Commission Of the Whole ( de Cow) die antwoorden moet zoeken op de crisis aanhoorde al heel wat sprekers. Experten van Wereldbank, IMF, OESO, Europese Commissie, universiteiten, ILO, ministeries, investeringsagentschappen,.... Kortom een pleiade van mensen die wel iets zinnig kunnen zeggen over de oorzaken van de crisis.

Maar meer is onze commissie geïnteresseerd in hoe men dit voortaan kan voorkomen.
Feit is dat het merendeel van de experten erkennen dat het "systeem" is doorgeslagen.

Enkele quotes:
De groei van de economie werd de laatste 20 jaar niet omgezet in reële, harde investeringen.
Men creëerde (te)veel financiële 'waarde' die niet afgedekt werd door reële waarde.
Zo begon onze economie jaren aan een stuk te surfen op een virtuele financiële bubble.
De US-hypotheekcrisis was enkel maar de speld die de ballon deed openspatten.
Maar iedereen onderkent dat het er zat aan te komen.

Probleem is nu dat de crisis iedereen treft. Niet in het minst de armste landen die zeker geen oorzaak vormden van de crisis. Ook zij betalen nu mee het gelag.

Het is duidelijk dat men geen spons mag vegen over wat gebeurde. Men heeft een economisch probleem gecreëerd. Daar geen consequenties aan verbinden creëert een moreel probleem.
De financiële markten moeten hun verantwoordelijkheden nemen. In een vrije markt hebben ze het recht om te falen. Maar ook de plicht om hier mee voor op te draaien.

Welke effecten de crisis heeft op de werknemers komt ook aan bod. Dat lichten we even kort toe in een volgende bijdrage.

Naar een botsing rond aids ?

Het ziet er naar uit dat we in onze commissie over aids op weg zijn naar een stevig robbertje met de werkgevers en de regeringen. En dat gaat over welk instrument we gaan maken: een conventie of een aanbeveling.

Een conventie, dat is het harde wetgevende werk. Dat wordt dan een tekst die door ILO lidstaten moet worden geratificeerd, waardoor het wettelijk afdwingbaar wordt. En waarbij lidstaten die zo een conventie ratificeerden achteraf gecontroleerd worden. Vraag dat maar aan die 25 lidstaten op het lijstje van de commissie van de normen.

Een aanbeveling, dat is het slappere, maar bredere werk. Slapper, want dat is geen afdwingbare tekst. Breder, want de ILO kan dan wel aan àlle landen een rapport opvragen hoe het er mee staat. Dat is breder dan een conventie, want daar kan je enkel aan landen die de conventie ratificeerden wat vragen.

In de werknemersgroep willen we allemaal een conventie. Dat vangt meteen de belangrijkste problemen op van de huidige ILO gedragscode inzake aids: het is dan niet meer vrijblijvend. Landen met een wetgeving waarbij sommige werknemers , sollicitanten of migranten verplicht worden getest op HIV, hebben dan een probleem. Net als landen waar werkgevers de testresultaten van hun werknemers mogen inkijken. Of die seropositieven discrimineren.

De werkgevers: die willen geen nieuwe wetten. Al genoeg wetten en conventies in de wereld. Vrijheid , blijheid alom. Het wordt in de commissie wat zachter gezegd, maar de boodschap is duidelijk : “the employers are opposed to a standard setting approach” zei hun Afrikaanse woordvoerder. En ook de regeringsgroep kiest met ruime meerderheid voor een aanbeveling. Ook de Europese Unie komt dat vertellen, mede namens ons Belgenland. Net als de USA van Obama, China en vele Afrikaanse landen.

Vandaag ging onze vergadertijd met de werknemers op aan het bespreken van een eerste serie amendementen op de ontwerp tekst. Al vanaf de tweede zin in de ontwerp tekst moet er gekozen worden voor een conventie of een aanbeveling. De ontwerp tekst heeft het over een aanbeveling. En van werknemerskant willen we dat wijzigen. Of voorlopig tussen haakjes zetten, tot het einde van de besprekingen. En intussen steun zoeken bij diverse regeringen. Of de keuze open laten tot volgend jaar, bij de tweede lezing. Dan hebben we allemaal een jaar tijd om bij onze regeringen te lobbyen voor een krachtiger instrument. Wat geen luxe zou zijn voor een probleem waar 33 miljoen mensen op deze wereldbol mee rondlopen.

Maar van pappen en nathouden willen de werkgevers niet weten. Die lieten informeel al weten dat ze morgen bij de eerste amendementen meteen duidelijkheid willen over wat het hier gaat: over een conventie of een aanbeveling.

Vandaag gingen de twee plenaire vergaderingen met alle deelnemers samen geheel op aan algemene tussenkomsten. Niet van de werkgevers en de vakbonden. Die hebben elk één woordvoerder en één gezamenlijk standpunt. En hebben maar één tussenkomst nodig. De regeringen hebben dat niet. En dus is er een lange stoet van landen die allemaal even hun standpunt willen toelichten.

Morgen volgt de laatste reeks van algemene tussenkomsten. En dan begint de amendementenslag. En de slag om een conventie of een aanbeveling. Het ziet er niet naar uit dat we die eerste veldslag gaan winnen.

woensdag 3 juni 2009

Het commissie werk begint

Terwijl we deze eerste regels tikken, is de eerste officiële openingszitting nog aan de gang. Die plenaire zitting is de officiële start van de conferentie. De voorzitter wordt verkozen, samen met de leden van de raad van bestuur, en allerlei commissies waarover we gisteren al met de werknemersgroep bedisselden wie waar zou deelnemen namens de werknemersgroep.

Vandaag moest dat dus allemaal goedgekeurd worden met de drie groepen samen, regeringen, vakbonden en werkgevers. Een immens grote zaal, alle nationale vlaggen vooraan in zaal op een rijtje, de zaal afgeladen vol, rijen en rijen delegaties die achter het naambordje van hun land plaatsnemen. België zit op de eerste rij, naast de minder demokratische buren van Belarus. Zo gaat dat met onze plaats in het alfabet. Albanië zit in het balkon links, Vietnam heel hoog in het balkon rechts. Acht stoeltjes voor de Belgische delegatie is te weinig voor vier werkgeversvertegenwoordigers, drie vakbonden, een delegatieleider, een ambassadeur, zijn assistent en een stagiair. Bij onze achterburen van Bolivië en Bosnië zijn er lege stoelen, we houden vanuit hun stoelen een oogje op de Belgische ruggen.


Bij het begin van de zitting onderbreken drie Iraanse betogers meteen de openingstoespraak. Ze klimmen het podium op en schreeuwen met grote foto’s in de hand om aandacht voor enkele Iraanse politieke gevangenen. En roepen dat de afgevaardigden van de Iraanse president Ahmadinejad uit de zaal moeten worden gejaagd. Ze worden na een paar minuten met zachte dwang van het podium afgevoerd en uit de zaal geleid. Die van Ahmadinejad willen later graag poseren voor een foto. Hun Iraakse buren dringen meteen aan dat ik ook van hen een foto neem.

Om twaalf uur komen we voor het eerst met de werknemersgroep samen rond aids. Een bont gezelschap van een honderdtal afgevaardigden die eerst wat uitleg krijgen over procedure en reglementen. En te horen krijgen dat er de volgende dagen, zaterdag incluis, een hele serie vergaderingen en avondsessies te wachten staat. En de groep moet in aantal zijn om te kunnen stemmen.

Zonder verdere inleiding worden de aanwezigen meteen om commentaar worden gevraagd bij de voorliggende ontwerptekst van ILO-aanbeveling rond aids. Ik doe alvast mijn duit in het zakje en vraag dat we alvast de discussie zouden aangaan over wat voor instrument we hier willen: een dwingende conventie, of een straffe maar niet afdwingbare aanbeveling. Het rapport wijst immers al op de eerste bladzijden op de problemen met de toepassing van de bestaande IAO gedragscodes rond aids en privacy van medische gegevens. Vijf tussenkomsten later is er middagpauze: de vertalers hebben recht op een break. Wij ook.

dinsdag 2 juni 2009

Proloog zit erop

Vandaag vond de proloog plaats van de IAO-conferentie. Die Conferentie start officieel pas morgen. Maar vandaag kwamen we al met alle werknemersvertegenwoordigers in eigen kring samen om afspraken te maken over de manier waarop we gaan samenwerken. Luc Cortebeeck werd daarbij unaniem herkozen tot woordvoerder van de werknemers in de commissie van de normen. Luc draagt daar de grote verantwoordelijkheid om de meest flagrante inbreuken op de IAO-normen aan te klagen. We hoorden deze morgen reeds schrijnende verhalen van collega’s uit Colombia, Nepal en anderen. Luc zal dus ook dit jaar veel om handen hebben. Andrée Debrulle, Véronique Rousseau en Gilbert Deswert werken volop aan het documenteren van “gevallen” en aan het uitschrijven van Lucs rekwisitoren. Want elk woord moet kloppen. Elk aangehaald feit moet gefundeerd zijn. Anders springen sociaal tegendraadse werkgevers en regeringen er onmiddellijk op.

Herman Fonck volgt de commissie over AIDS. Een privé-gezondheidsprobleem dat echter ook verstrekkende professionele gevolgen kan hebben. Waar mag een werkgever naar informeren? Mag men werknemers een verplichte test opleggen? Zaken waar we in Europa wel weg mee kunnen. Maar in pakweg het Afrikaanse continent waar veel seropositieve mensen zijn ligt dit totaal anders.

Ikzelf volg de plenaire commissie over de crisis. Hoe kunnen we de sociale impact van de wereldwijde crisis beperken. We zien al hoe moeilijk het is om in België met een gestructureerd sociaal overleg tot begeleidende maatregelen te komen. Men kan zich amper voorstellen wat dit elders in de wereld betekent. In landen waar vakbonden voortdurend worden tegengewerkt. Werknemers dreigen daar de luttele sociale rechten die ze hebben te verliezen. Zo dreigt de globalisering hen nogmaals hard te treffen.

Er ligt hier dus veel werk te wachten. Morgen rijden we de eerste echte rit. Dan zitten we aan de gesprekstafel met de vertegenwoordigers van de werkgevers en van de regeringen. Dat noemt men tripartisme. In België, en ook in Genève.

zondag 31 mei 2009

Zondag, leesdag

 

Vandaag was een leesdag. En het was weinig opwekkende lectuur, want ik heb nog eens de 40 ‘gevallen’ doorgenomen waaruit de Commissie Normen een definitieve lijst van 25 zal selecteren. Die 25 landen moeten zich dan voor de Commissie komen verantwoorden.

Voor wie niet zo vertrouwd is met de IAO een woordje uitleg over de Commissie voor de toepassing van de normen. Zoals u weet werkt de IAO conventies en aanbevelingen (normen) uit ter verbetering van arbeidsvoorwaarden, wereldwijd. Dat kan gaan over kinderarbeid, veiligheid op het werk, arbeidsinspectie, discriminatie, vrijheid van vereniging, migratie, … en nog veel meer. Maar Conventies uitwerken is een ding, ze doen naleven is nog iets anders. De Commissie Normen gaat nu precies na of de gemaakte afspraken wel toegepast worden in de Lidstaten. Daarvoor wordt in de loop van het jaar een rapport opgemaakt door experts dat eigenlijk een stand van zaken geeft wat betreft de werknemersrechten in de wereld. Uit dat rapport wordt een voorlopige lijst gedistilleerd van 40 landen. Die delicate oefening hebben we de voorbije maanden gemaakt in het Internationaal Vakverbond. In de eerste plaats wordt bij de keuze natuurlijk rekening gehouden met de ernst van de gevallen, maar we moeten ook een zekere geografische spreiding in acht nemen. Het gaat bijvoorbeeld niet op om allemaal Afrikaanse landen op het matje te roepen. En dan moet er ook nog een evenwicht zijn tussen de fundamentele conventies, bv. kinderarbeid, en de meer technische conventies zoals bv. arbeidsinspectie of asbestverwijdering. Maar dat deel van de voorbereiding is dus al gebeurd. In de loop van de volgende dagen beslist de Commissie welke de definitieve lijst van 25 is.

 

Over de landen die zich dit jaar effectief zullen moeten verantwoorden, kan ik nog niets kwijt, behalve een ding: Myanmar/Birma is er zeker weer bij. Het land heeft zelfs de ‘eer’ aan bod te komen in een speciale sessie wegens de voortdurende schendingen ter uitbanning van dwangarbeid. Na het recente schijnproces tegen Aung San Suu Kyi – naar aanleiding van het ten einde lopen van haar huisarrest – kunnen we ons alleen maar extra vragen stellen bij de bereidheid van het militaire regime om de toestand van de mensenrechten en de werknemersrechten in het land te verbeteren.  

 

 

Morgen maandag

Morgen maandag is het zover. De auto in en 800 km rijden tot Genève. Of beter: tot in Divonne-les-Bains, een klein Frans stadje dicht bij de Zwitserse grens op een dertigtal km van Genève. Daar logeren we met de ACV delegatie gedurende twee weken in een hotel. Fors goedkoper dan in het mondaine Genève. Het pendelen nemen we er dan maar bij. En dus rijden we met de auto naar Genève.

Voor mij wordt het de tweede keer dat ik deelneem aan die internationale arbeidsconferentie. Die internationale arbeidsconferentie, dat is zowat de Champions League van het sociaal overleg. Sociaal overleg op wereld niveau, met deelnemers uit alle landen. Anders dan in de Champions League wordt er heel wat minder gescoord. Maar àls er gescoord wordt, kan je resultaat hebben voor de gehele wereld. Dat is eens wat anders dan een Belgische cao maken in de nationale arbeidsraad.

Van vorige keer zijn me een aantal indrukken bijgebleven. Dat bont internationaal gezelschap van werkgevers, vakbonden en afgevaardigden van regeringen. Achter de balie een bediende met een keppeltje die een Arabische meneer in witte klederdracht zijn documenten aanreikt. Patrick Janssens moet er eens komen kijken. Een Chinese die in haar eerste tussenkomst in mijn commissie opmerkt dat ze spreekt namens de grootste vakbond ter wereld: meer dan 200 miljoen leden. En hoe het ACV die vakbond van “loek kurttebek” daar goed bekend is. En Luc er verkozen werd tot voorzitter van de werknemersgroep in de commissie van de normen. Waar 20 landen die wat mispeuterd hebben rond de ILO normen proberen te spartelen om aan een reprimande te ontkomen. En het moeizame lobbyen en avondlijk vergaderen om de werknemersgroep in die commissie op één lijn te brengen.

Zelf ga ik deze keer naar een commissie die werkt aan een gedragscode rond aids-preventie op het werk. Over vragen of werkgevers AIDS testen mogen afnemen van werknemers. Of mogen weten of sollicitanten seropositief zijn. Klinkt heel vertrouwd in de oren na Belgische discussies over alcohol en drugtests op het werk. Benieuwd hoe dat deze keer gaat lopen. Nog één keer slapen.

Herman Fonck, zondag 31 mei 2009

vrijdag 29 mei 2009

Vertrekken

Dit weekend vertrek ik voor 3 weken naar de jaarlijkse conferentie van de Internationale Arbeidsorganisatie in Genève. Dat is altijd een hele onderneming. Om te beginnen is het een ware verhuis. Er moet veel papier mee, maar ook pc’s, printers en allerlei ander materiaal dat op een secretariaat nodig is. Daarnaast heb ik kleren nodig voor meer dan drie weken. Niet dat ik me elke dag moet opkleden voor een galadiner, maar ik moet er toch een beetje netjes voorkomen. Nochtans zijn die verhuisbeslommeringen niet het moeilijkste. Neen, het vervelendste is dat ik hier moet weggaan en dus een aantal dossiers moet achterlaten – weliswaar in bekwame handen – en dat ik in Genève in een heel andere wereld moet stappen. Daarvoor moet ik een paar sleutels omdraaien in mijn hoofd. Het werk dat we in Genève kunnen doen is natuurlijk ook heel boeiend en nuttig en ik doe het graag en met overtuiging. Maar vertrekken is altijd dubbel. Gelukkig is het niet zo’n vertrek als dat van Frank De Winne: een gevaarlijke lancering, misschien een moeilijke aankomst in het ruimtestation en dan 6 maanden werken in een blikken doos! Mijn hoed af daarvoor.

De conferentie begint woensdag 3 juni, maar er is dit weekend en begin volgende week nog heel wat voorbereidend werk te doen. Om er helemaal te staan, moet ik een aantal documenten – resultaat van een jaar voorbereiding - nog eens grondig doornemen. Daarnaast is het ook belangrijk dat ik nog een aantal mensen kan spreken, bijvoorbeeld om de procedures door te nemen. Ik ben op de Conferentie namelijk actief in de Commissie die toeziet op de naleving van de Normen en de voorbije 9 jaren werd ik daar steeds voorgedragen en verkozen tot woordvoerder van de werknemers. Een hele eer, maar het brengt ook heel wat werk mee. Het betekent uiteraard dat ik in ‘onze’ commissie het woord voer namens de werknemers. Maar het brengt bijvoorbeeld ook mee dat veel mensen je willen ontmoeten om hun geval nog eens uit te leggen.

Zo ziet mijn belangrijkste opdracht er dus uit de volgende 3 weken. Daarnaast volg ik uiteraard op de voet wat er gebeurt in de andere commissies. En ik probeer ook de actualiteit in België bij te houden. Wat men noemt een overvolle agenda.

maandag 23 februari 2009

IAO-missie eist duidelijk engagement van regering tegenover diepgewortelde straffeloosheid en geweld t.a.v. vakbondsleiders


Het volledige eindrapport is nog niet klaar. Dat is heel gedetailleerd. De besluiten zijn wel reeds geformuleerd. Dit moet gebeuren volgens de regels van de IAO-kunst. Voor het type "high-level mission" met de voorzitter van de werkgeversgroep en de voorzitter van de werknemersgroep van de 'commissie van de normen', moet de tekst de volledige consensus van Ed Potter en van mij wegdragen. Dan pas is hij officieel. Om alles volgens de voorgeschreven regels en juridisch optimaal te laten verlopen, worden wij bijgestaan door juristen van de IAO onder leiding van Karin Curtis, adjunct-directeur van het departement van de normen. De laatste dagen werd dus hard gewerkt aan het formuleren van teksten, zodat we de besluiten ook konden voorstellen aan de minister van arbeid en de vice-president van de republiek Guatemala en vooral aan de Internationale Arbeidsconferentie.

Hierna volgen de belangrijkste passages, met weglating van de voorafgaande protocolaire inleidingen. De besluiten laten aan duidelijkheid niet te wensen over. Ze werden door mij in het nederlands vertaald.



"De Missie stelt de blijvende ernst van de toestand vast, vooral de diepgwortelde straffeloosheid en het geweld ten aanzien van vakbondsmensen en dit ondanks de inspanningen die reeds door de regering met ondersteuning van de IAO werden geleverd. De Missie stelt met spijt, dat ten aanzien van de hoge graad van geweld tegenover vakbondsleiders, volgens officiële regeringsvertegenwoordigers, tijdens de laatste jaren geen enkele vervolging succesvol was. De Missie is ongerust, op basis van getuigenissen, over het veralgemeende gebrek aan onafhankelijkheid van de justitiële en regeringsinstanties ten aanzien van gevallen van misdaad. De Missie denkt dat verdere stappen moeten worden genomen om de noodzakelijke politieke wil te tonen, nodig om de huidige situatie betekenisvol te wijzigen.

Na de regering en de sociale partners te hebben beluisterd, is de Missie heel erg bezorgd over de collectieve wil om een aantal belangrijke hindernissen voor de vrijheid van vereniging (syndicale vrijheid) weg te werken. Terwijl meerdere punten moeten worden aangepakt, is er een algemene consensus dat prioritair volgende problemen moeten worden opgelost: de straffeloosheid, de effectiviteit en efficiëntie van het gerechtelijk systeem en de werkelijke invoering van de vrijheid van vereniging. Zo lang deze drie aangelegenheden niet worden aangepakt, tot zolang zal de nodige harmonie in de industriële relaties nodig voor een echte vrijheid van vereniging en voor collectieve onderhandelingen onmogelijk zijn."

Straffeloosheid ten aanzien van geweld tegenover vakbondsleiders

De Missie vond dat de informatie gegeven door COPREDEH (zie vorige blogs) heel erg nuttig was om te begrijpen welke inspanningen moeten gedaan worden om straffeloosheid te bestrijden en het respect voor vakbonds- en mensenrechten te bevorderen.

De Missie, die respect opbrengt voor sommige stappen gezet door de 'afdeling tegen misdaden tegenover vakbondsleiders en journalisten' binnen het Bureau van de Procureur-Generaal, meent dat deze afdeling moet versterkt worden in capaciteit en budget teneinde op effectieve wijze de klachten tegen geweld t.a.v. vakbondsmensen (moorden, agressie, doodsbedreigingen, intimidatie) te kunnen behandelen. Dit houdt een verhoging in van het aantal onderzoekers en onderzoeksrechters die ook een opleiding moeten krijgen om tijdig en adequaat het geweld tegen vakbondsleden en -leiders te kunnen aanpakken. De Missie dringt er sterk op aan dat de bestaande beschermingsprogramma's voor vakbondsleiders en getuigen van meer middelen moeten worden voorzien en degelijk gecoördineerd worden om effectief te kunnen zijn.

De Missie stelt vast dat ondanks het bestaan van meerdere regeringsinstaties die zich bezig houden met misdrijven en misdaden tegen de mensenrechten, er een manifest gebrek is aan effectieve coördinatie tussen die instanties.

In dit verband, verwelkomt de Missie de oprichting van de Interinstitutionele Commissie ter bestrijding van de straffeloosheid en beveelt aan dat COPREDEH wordt uitgenodigd deel te nemen en dat de Interinstitutionele Commissie op regelmatige wijze verslag uitbrengt bij de Driepartijencommissie (waar sociale partners en regering deel van uitmaken.)"

Effectiviteit van Justitie

In het kader van het ongenoegen over een reële bescherming van de vrijheid van vereniging is er een aangelegenheid die iedereen beroert. Het is de effectiviteit en de finaliteit van de gerechtelijke procedures en de uitvoering van gerechtelijke beslissingen. Dit betreft een brede waaier van aspecten die zonder dralen adequaat moet worden aangepakt. Dit gaat van het bewust verkeerd gebruik van grondwettelijke en beroepsprocedures ..., het toelaten van gerechtelijke beslissingen zonder straf of sancties, en de onmacht van rechtbanken hun vonnissen te doen uitvoeren.

De echte invoering van de vrijheid van vereniging / vakbondsvrijheid

In dergelijke omstandigheden kan de Missie enkel bevestigen dat er een laag niveau van vakbondslidmaatschap is en er weinig collectieve arbeidsovereenkomsten zijn. De Missie stelde bovendien de problemen vast die de vakbonden aanbrachten over de specifieke moeilijkheden bij het vakbondswerk in de 'maquilas.' Alle partners bevestigen de noodzaak aan een arbeidsinspectie die meer middelen moet worden toegekend, zodat meer inspecteurs kunnen worden aangeworven, een goed loon kan worden betaald en een goede opleiding kan worden voorzien.

Daarenboven was er een algemene consensus over de noodzaak van opleiding van alle relevante partners in verband met collectieve onderhandeling met deelname van alle groepen die behoren tot het beslissingsniveau, om de vrijheid van vereniging effectief te promoten.



De driepartijencommissie

De Missie hoorde de argumenten over de representativiteit van de organisaties in de driepartijencommissie. De Missie meent dat het belangrijk is dit probleem op te lossen en herinnert eraan dat deze zaak voorligt bij de "Commissie van Vrijheid van Vereniging" van de IAO die zal onderzoeken of duidelijke criteria werden gerespecteerd. Bovendien, vaststellend dat drie kwart van de actieve bevolking werkt in de informele economie, gaat de Missie ervan uit dat daarmee wordt rekening gehouden in de samenstelling en het functioneren van de driepartijencommissie.

De Missie stelt vast dat er een akkoord is binnen de driepartijencommissie over de wijziging van de arbeidswetgeving.

De Missie meent dat de nodige stappen moeten worden gezet om de fundamentele rol van vakbonden in de samenleving te erkennen. Dit in relatie tot de sociale en economische ontwikkeling en de intrinsieke band met een democratie in opbouw.
Hiertoe is het belangrijk actief de stigmatisering van de vakbonden en de vakbeweging tegen te gaan in plaats van vakbondsactiviteiten te criminaliseren of als misdrijven te beschouwen.

De Missie beschouwt alles wat voorafgaat als een prioriteit en verwacht concrete vooruitgang tegen de volgende Internationale Arbeidsconferentie (in juni). De Missie stelt voor dat de situatie op regelmatige tijdstippen wordt opgevolgd en de IAO zal daartoe de nodige technische bijstand voorzien.

Luc Cortebeeck, voorzitter werknemersgroep Commissie van de Normen IAO
Ed Potter, voorzitter werkgeversgroep Commissie van de Normen IAO


EINDE VAN DE BLOG UIT GUATEMALA

vrijdag 20 februari 2009

Hartchirurg in de politiek

Als laatste in de rij contacten ontmoette de delegatie de vice-president van Guatemala, Rafael Espada, een hartchirurg die op een bepaald moment gebeten werd door de politieke microbe en naar eigen zeggen vond dat hij iets moest doen voor zijn land. "Er is hier ontzettend veel armoede. 70% van de inwoners zijn indigenas die als mensen eigenlijk niet geteld worden. We zitten met een gecorrumpeerde justitie, politie en administratie. De opleidingen zijn ontoereikend; zeker voor meisjes die zelfs geen recht hebben op opleiding. De gezondheidszorg is slecht. Er is een hoge kindersterfte. Te veel moeders sterven in het kraambed ... Als dokter vond ik dat ik daarin meer verantwoordelijkheid moest nemen." Hij wordt gezien als de drijvende kracht achter president Alvaro Colon, op dit moment in het buitenland. Maar zal deze regering de kracht en voldoende steun hebben om het land uit die desastreuze toestand te halen?

De vice-president neemt alvast geen blad voor de mond: "Financiëel doen we het eigenlijk niet slecht; maar dan wel schandelijk genoeg voor slechts voor 10% van de bevolking. We hebben een goede SZ; voor een bovenlaag, hoogstens 17% van de bevolking. Het probleem is dat de echte toplaag geen belastingen wil betalen. We zitten nu aan 12% inkomstenbelasting en ook de ondernemingsbelasting betekent niet veel. Daarmee kan je geen sociaal systeem uitbouwen. En voor een stuk heeft het banditisme dat zo welig tiert met die ongelijkheid te maken."

Hij vertelt ook dat in de vredesakkoorden van 1976 - na de burgeroorlog - enkele slimmeriken bewust leger en politie quasi tot nul herleid hebben. De argumentatie was dat het land zeker geen politiestaat mocht worden. En dat klonk toen heel mooi. Alleen is achteraf gebleken dat dit was ingegeven door de misdadigers van de narcotrafiek. Zij hebben op die manier een uitstekend vervoersysteem kunnen uitbouwen voor hun producten.

Volgens Rafael Espada moeten er vier zaken gebeuren. "Ten eerste moet de solidariteit uitgebouwd worden. Dat betekent werken aan gezondheidszorg en onderwijs, werken aan huisvesting en zelfs geld geven aan de extreem armen. Ten tweede moet het land regeerbaar gemaakt worden, de corruptie moet verdwijnen. In alle instellingen - bv. politie en justitie - moet een grote schoonmaak gehouden worden. Derde actiepunt is de veiligheid. Om die te verbeteren moeten we ingaan tegen het geweld dat te maken heeft met de narcotrafiek, tegen het geweld ten aanzien van vrouwen, tegen het geweld ten aanzien van vakbondsleiders... Ten vierde moet de productiviteit verhoogd worden, bv. in het toerisme, in de landbouw, in de mijnbouw. En dat kan." Voor de vice-president passen ook de vakbonden in dit plaatje. Vakbondsmensen moeten voor hem in de eerste plaats veilig zijn zodat een fatsoenlijke sociale dialoog op gang kan komen.
Hij herhaalt nog eens dat opleiding en vorming nodig zijn. "Het niveau is nu op alle terreinen te laag, vooral aan de top", aldus de vice-president, "maar ik geloof wel dat onze politiek kans maakt, maar dan moet men ons toch wat meer tijd geven dan vier jaar ... ."

Hij belooft dat de president en de regering het rapport van de "Hoge Missie van de IAO" ernstig zullen nemen. Wij sloten af met de verwachting dat op de IAO-conferentie van juni dit jaar een concreet plan moet gepresenteerd worden.

De enige verantwoordelijke voor een moord is de vermoorde

In 2004 richtte de vorige president van Guatemala de Commissie voor de coördinatie van de Human Rights op. Hij werd daartoe min of meer gedwongen door de VN en een aantal ambassades die hem er op wezen dat zijn land wel erg slecht aangeschreven stond op het vlak van mensenrechten en dat het tijd was om daar iets aan te doen. Op die manier krijg je hier dus her en der Commissies die zich met een of ander gaan bezighouden.

Toch was het hier tot hiertoe blijkbaar onmogelijk om over bedreigingen, aanslagen en moorden concrete informatie te verzamelen. Daar is men nu voor het eerst in geslaagd. Er is documentatie bijeen gebracht geval per geval, moord per moord, persoon per persoon. Dat is een begin. Maar uiteindelijk zijn velen - en zeker diegenen die het voor het zeggen hebben - hier van oordeel dat er voor een moord slechts één persoon verantwoordelijk is: de vermoorde. Die stond op het verkeerde moment op de verkeerde plaats. Die was vast met iets verkeerds bezig. Dat is hier de basismentaliteit. En die redenering maakt zeker opgeld voor al wie met vakbondswerk bezig is.



Een van de moeilijkheden bij het onderzoeken van al wat gebeurt, is dat men het vooral van getuigen moet hebben. Maar getuigen worden hier te weinig beschermd, zowel tijdens zo'n proces als daarna. Een ander punt is dat getuigen ook gemakkelijk te beïnvloeden zijn. Dus de manier waarop men met getuigen omgaat is echt een kernpunt als men ooit tot een oplossing wil komen. Een andere grote hindernis is dat veel van de mensen die die onderzoeken moeten doen, bv. bij de politie, zeer sterk gelieerd zijn met de ondernemingswereld en ook met de criminele wereld. Het is gewoon niet geloofwaardig dat men voor de 20 syndicale moorden die hier de voorbije 2 jaren gebeurden, geen enkel spoor heeft, geen enkele aanwijzing, geen enkele dader. Men heeft gewoon niets. Dat is niet normaal en niet verklaarbaar als je een normaal werkend juridisch systeem hebt. Duidelijk is dat in deze instelling wel informatie beschikbaar is en dat werd ons bewezen, deze wordt echter niet opgenomen in het rechtssysteem. Merkwaardig toch?

In de discussies over de verdere aanpak heeft de IAO-vertegenwoordiging gevraagd dat een plan wordt opgemaakt dat aan de IAO-conferentie van juni kan worden voorgelegd.

donderdag 19 februari 2009

Werkgevers:"Straffeloosheid is slecht voor economie"

Ook aan werkgeverskant gaan in Guatemala stemmen op tegen de straffeloosheid, dat leerden we uit een ontmoeting met vertegenwoordigers van CACIF, het Guatemalteekse VBO, en de Camara de Industria, het equivalent van onze Kamers van Koophandel.
De werkgevers gaven vlot toe dat er in hun land dingen gebeuren die niet door de beugel kunnen en dat een aantal werkgevers zich niet gedragen zoals het hoort, maar die straffeloosheid, die willen zij naar eigen zeggen ook tegengaan. Niet in het minst omdat het fenomeen handenvol geld kost aan de ondernemers. Alleen al voor de beveiliging worden maandelijks heel aardige budgetten uitgetrokken. Het politie-apparaat moet voor hen zeker beter worden en vooral ook betrouwbaarder.

En dan is er het sociaal overleg. Tja, dat werkt niet in Guatemala, daar waren de werkgevers het over eens. Er bestaat inderdaad een tripartiete Commissie, maar die functioneert ook volgens hen niet goed. Voor men tot echt overleg komt, is er zeker nog een lange weg te gaan. Voorlopig trekt men voor alles naar de rechtbank, terwijl een aantal overlegmateries daar helemaal niet thuishoren. Een versterking van de tripartiete Commissie zou een stapje kunnen zijn naar serieus overleg, maar daar is volgens de werkgevers dan zeker ondersteuning van de IAO voor nodig, vooral inzake vorming en opleiding, volgens hen vooral van de werknemersafgevaardigden. Dat is natuurlijk een klassiek verhaal.

Ik kon het niet laten op te merken dat zij als werkgevers toch vaak tegen de vakbonden reageren. Dat is niet in de eerste plaats een kwestie van vorming van werknemers. Als je geen vakbond wil, hoe kan je dan een sociaal overleg opbouwen? Ze antwoordden daarop dat een aantal vakbonden in Guatemala inderdaad geen goede naam hebben, maar dat ze daarover eigenlijk niet willen blijven zeuren. Een van hen verwoordde het als volgt: "We moeten zorgen dat er een serieus overleg komt. Zeggen dat er beter geen vakbonden zouden zijn, zal ons daarin niet vooruit helpen." Volgens wat ik elders hoorde is het probleem dat de werkgeversorganisatie te weinig gezag heeft over een aantal bedrijfsleiders die geen ontzag hebben voor de koepelorganisatie en geen sociale of ethische norm erkennen. Zo zijn de beruchtste maquilas in handen van Koreanen die hun eigen boontjes doppen met alle gevolgen vandien.

Comision contra la Impunidad en Guatemala

De voorzitter van de commissie arbeid van het Parlement bevestigde tijdens ons contact gisteren wat de delegatieleden zelf ook al geconstateerd hadden: dit land wordt geleid door een aantal machtige families die de vakbonden niet graag zien. Die machtige families zitten in het bedrijfsleven, in het gerechtelijk apparaat en ook in het Parlement. Gevolg is dat er inzake arbeid niet al te veel regelgeving is en wat wel bestaat wordt vaak niet toegepast.
Veel heeft ook te maken met het feit dat Guatemala gelegen is tussen Colombia en Mexico, letterlijk in de 'doorvoergeul' voor drugs naar de Verenigde Staten. Veel van het banditisme dat hier hoogtij viert, heeft te maken met die narcotrafiek. En bij de politie is een behoorlijk deel van het personeel ook betrokken bij dat parallelle circuit. Bij hen kan je dus alvast niet terecht voor de toepassing van de wetgeving.



Wie daar wel iets aan probeert te doen is de Comision Internacional contra la Impunidad en Guatemala (CICIG), de Internationale Commissie tegen de Straffeloosheid in Guatemala, een commissie van de Verenigde Naties wiens mandaat in september van dit jaar afloopt. Zij proberen de straffeloosheid echt tegen te gaan. Ze spitten oude zaken op. Om die tot op het bot uit te pluizen heb je getuigen nodig. Die getuigen behoeven bescherming en ook daar zorgt deze Commissie voor. Na dit voorbereidende werk, geeft ze de zaak door aan het gerecht; want de Commissie is geen rechtbank.
De Commissie is ook heel duidelijk in haar analyse: criminele groepen zijn geïnfiltreerd in de politiek en in het gerechtelijk systeem. Om daar tegen in te gaan, heb je wel straffe middelen nodig. Ook hier wordt de narcotrafiek aangewezen als oorzaak van veel dingen die met straffeloosheid te maken hebben.
Een vergelijking met de toestand in Colombia is volgens de leden van de Commissie erg moeilijk te maken omdat het niveau van onderwijs en wetgeving daar veel hoger niveau zijn dan in Guatemala. Problematisch vonden zij toch ook dat men hier bij elke verkiezing van het Congres op tal van terreinen weer van nul af aan moet beginnen.

Deze Commissie heeft echt al een aantal zaken gerealiseerd, maar ze hebben meer tijd nodig, een nieuw mandaat en dus sponsoring, want dit soort Commissies van de VN worden gesponsord door andere landen.

woensdag 18 februari 2009

Speciale eenheid staat nog niet op punt

Dinsdagnamiddag hadden we een contact bij een speciale eenheid die is opgericht bij het openbaar ministerie om de problemen van moorden, klachten en bedreigingen van syndicalisten en journalisten te onderzoeken. Die eenheid wordt begeleid door een interinstitutionele 'high level commission' waar o.a. mensen van economische zaken, van de politie, van het ministerie van arbeid en ook de vakbonden inzitten. Die commissie vergadert om de twee weken.
De eenheid kan - ondermeer met speciale wagens en onder politie-escorte - snel ter plaatse gaan als er zich een geval voordoet.

Het feit dat er zo'n speciale eenheid gecreëerd is, is natuurlijk een stap vooruit. Over het concrete werk wilde men daar niet veel kwijt. Er is gesproken over enkele moorden, maar men lost daar niet veel over. Ze werken vooral met klachten die ze binnenkrijgen. In 2008 kregen ze er zo 43 waar ze dan al dan niet op ingaan. Op anonieme klachten gaan ze bv. niet in. In totaal werken ze met een 10-tal mensen. Ze moeten dag en nacht, ook in het weekend, beschikbaar zijn.

Ons aanvoelen was dat er in die eenheid goede juristen zitten, maar dat die mensen wellicht minder de specifieke problematiek kennen. Dat is nochtans belangrijk. Op het moment dat er bv. een moord gebeurd is, moet er bepaald worden of dit inderdaad een moord is en wat de aard daarvan is. Het kan evengoed dat de politie ter plaatse zegt: "Het syndicale is hier niet prominent aanwezig, dit is een zaak van algemene criminaliteit." Dat is heel gemakkelijk gezegd en dan moet de speciale entiteit zelfs niet meer optreden. Dus het systeem staat nog niet goed op poten, hoe het in de praktijk moet werken is nog niet helemaal uitgeklaard.

Bij de meeste bezoeken die we in het kader van deze missie al gedaan hebben, valt toch het grote verschil op met de missie in Colombia, toch ook een 'zwaar geval'. Maar tijdens de missie daar hadden we toch de indruk dat men zich bewust was van de specificiteit van het probleem. Overal was men goed voorbereid op ons bezoek. Men kwam met documenten en bewijsstukken, met grafieken en vooruitgangsgrafieken, met slides om het ene of het andere aan te tonen. Hier worden wij ontvangen met de attitude van: stel uw vraag maar. Maar men is niet voorbereid. Het is onduidelijk of dit onkunde of onwil is. Onder de leden van de missie wordt er in elk geval duchtig gediscussieerd over de manier waarop hier best ondersteuning kan geboden worden.

Een vreemd gesprek

Dinsdag waren we 's ochtends te gast bij het hooggerechtshof. In de inleiding stelde ik nog eens scherp op de problemen van de mensen. De voorzitter van het hooggerechtshof heeft daarover vervolgens een aantal dingen gezegd, maar het ging eerder om een beleefdheidsantwoord. Hij bedankte de IAO bv. voor de vorming van de arbeidsrechters. Hij zegde ook dat er bij elke nieuwe regering heel veel nieuwe rechters komen, er zijn heel veel wissels en dat schept telkens wat problemen. Ook belangrijk vond hij te vermelden dat nog niet zo lang geleden beslist is acht nieuwe arbeidsgerechten op te richten en dat er een aantal elementen uit de wetgeving gewijzigd worden of gewijzigd zouden moeten worden. Nu, zij kunnen natuurlijk enkel voorstellen doen, het is het parlement dat uiteindelijk zijn verantwoordelijkheid moet nemen.

Verder werd dit een nogal raar gesprek. Een van de aanwezige rechters zegde op een bepaald moment:"Hier is geen arbeidscultuur. Wat u gezegd hebt, is niet voor ons. U hebt niets nieuws gezegd." Wat overigens niet de bedoeling was, ik hoopte dat ze de situatie al een beetje kenden. "Vakbonden", zo vond die rechter, "overdrijven altijd. De bedoeling van een aantal vakbonden is hun bedrijven kapot te maken. De staat is ook niet efficiënt. Je kan nog geen mensen ontslaan. De arbeidswetgeving is niet goed aangepast. We hebben nauwelijks cao's, we hebben geen cultuur van sociaal overleg. En stakingen zijn er soms wel, maar meestal zijn dat niet eens legale stakingen." Vervolgens kreeg de man een telefoontje, hij ging naar buiten en we hebben hem niet meer weergezien.

Dit is gemakkelijk te plaatsen. De mensen die hier in de rechtsspraak zitten, zijn vaak verbonden met de mensen in de bedrijfswereld. Maar je voelt toch wel een grote vijandigheid t.a.v. het bestaan en de rol van vakbonden. Natuurlijk zijn ze niet allemaal zo onbehouwen. De voorzitter en de andere rechters waren heel voorkomend, maar je voelt dat er niet echt de wil is om dit als een prioritair punt te behandelen. Die vakbondszaken, dat is niet hun punt. Er is zovéél geweld dat dit niet afzonderlijk hoeft behandeld te worden. Dat is althans het aanvoelen dat ik regelmatig heb. Tegenover ons willen ze wel beleefd bevestigen dat dat wel belangrijk is, maar of dat echt gemeend is, is iets anders.

dinsdag 17 februari 2009

En dan nu: de officiële missie

Gisteren, maandag, begon de officiële IAO-missie. De start werd gegeven door de minister van arbeid. Daar valt niet veel over te vertellen. De minister heeft vooral zijn beleid toegelicht en uitgelegd wat er de laatste jaren gebeurd is, dingen die vroeger niet gebeurden. Wij spreken wat hij zegt zeker niet tegen, maar wat hij vertelde was geen antwoord op de vragen die we voor hem hadden.

De bijzondere procureur voor de rechten van de mens

Interessanter werd het daarna.
Omwille van de druk die er gekomen is van vakbonden en andere organisaties heeft men hier in Guatemala een procurado de derechos humanos geïnstalleerd, een procureur die bevoegd is voor alles wat met mensenrechten te maken heeft. Nu, hij heet procureur, maar in de praktijk is hij een ombudsman. Met hem hadden we een ontmoeting.
Opvallend was dat de analyse van deze man, Sergio Fernando, dezelfde is als die wij gemaakt hebben op basis van de contacten die we in de loop van de vorige dagen hadden.
Hij heeft slechts vijf personen ter beschikking om een massa dingen te onderzoeken. Hij heeft zomaar eventjes 327 klachten i.v.m. fouten en misdrijven die gebeurd zijn ten aanzien van arbeid en daar zijn heel ernstige dingen bij. Het gaat niet om een rechtbank, hij is ook geen echte procureur, maar met de mogelijkheden en middelen die hij heeft, tracht hij in te werken op heel het systeem. Soms lukt dat, soms niet. Maar hij is in elk geval absoluut duidelijk in de pijnpunten die hij aangeeft en hij is zeer kritisch over wat er gebeurt. Over de arbeidsrechtbanken zegt hij bijvoorbeeld onomwonden dat die hun werk helemaal niet goed doen. Hij geeft ook aan dat er in elk geval nog veel moet gebeuren opdat er structureel wijzigingen komen in het rechtssysteem. Maar de weg is lang. Er zijn bijvoorbeeld 1600 gevallen van straatconflicten die bij hem aangegeven worden. Vaak zijn dat gevallen waarbij het gaat om geweld op een syndicalist of een ngo-er. Maar het eerste wat het parket zegt is: “Maar dat is straatgeweld. Dat heeft hier niets te maken met het aanpakken van een of andere ngo-er of vakbondsman of -vrouw.”

De delegatie heeft de openheid van Sergio Fernando bijzonder sterk geapprecieerd. En we hopen uit de grond van ons hart dat hij zijn werk in alle sereniteit kan blijven doen.

De vakbonden
Gisterennamiddag stonden contacten met de vakbonden op het programma. Dat begon niet zo best. De mevrouw die hier voor de BIT (Bureau Internationale du Travail, administratie van de IAO) de voorbereiding van de missie gedaan heeft, had inderdaad een contact voorzien. Dat ging door op het ministerie van arbeid. De vakbonden daar aanwezig waren de officiële vakbonden, nl. de vakbond van het ministerie van arbeid, van het ministerie van defensie, van binnenlandse zaken, van buitenlandse zaken enzoverder enzovoort en bovendien nog een vakbond geleid door de schoonzus van de president. Ik moet zeggen dat hun analyse toch ook vrij kritisch was.

Ondertussen was ons echter duidelijk geworden dat een andere groep vakbonden op ons zat te wachten op een andere plaats. Dat waren de echte vakbonden: de coördinatoren van UGT, van de indigenas en van de campesinos. Daar zijn we natuurlijk ook naartoe gegaan. En de verhalen die wij zaterdag en zondag al gehoord hadden, hebben we daar opnieuw gehoord, maar dan wel ten gehore gebracht voor de ganse delegatie. De antwoorden op enkele vragen van onzentwege werkten voor de delegatie extra verhelderend inzake de echte situatie van de mensen. Deze ontmoeting was, samen met de ontmoeting met de procureur voor de mensenrechten, het hoogtepunt van de dag van gisteren.

Wat komt uit zo’n dag?
Ten eerste blijft de vaststelling dat straffeloosheid hier echt een probleem is. Een tweede punt is dat de geforceerde manier waarop men het sociaal overleg aanpakt ertoe leidt dat het niet werkt. En ten derde is er het rechtssysteem dat echt moet veranderen.

De enen zeggen: zie eens hoe wij ons best doen. De anderen zeggen: je voelt toch dat dit niet echt is, dat men doet alsof, dat men eigenlijk niet wil dat vakbonden echt bestaan en echt werken en dat men er alles aan doet om hun ontstaan en werking onmogelijk te maken.



Het leven zoals het is

Wegens technische problemen was er gisteren geen blog-bericht. Dat probeer ik nu in te halen.
Zondag hebben we heel wat contacten gehad met mensen die vaak van heinde en ver gekomen waren om ons te kunnen toelichten wat er bij hen allemaal gebeurd was. Ze hadden dossiers bij met bewijsstukken en ze konden dat kort samenvatten. Maar mij trof vooral de algemene sfeer die bij hen heerst, een sfeer van gelatenheid, van 'wie kan hier voor ons nog iets doen'. Ze voelen zich compleet machteloos.


Werken in de maquilas, zolang het duurt...
Er waren ondermeer mensen van de maquilas, meestal vrouwen die werken in textielbedrijven die in de vrijhandelszones opereren. Daar moeten ze geen taksen betalen en de arbeidsvoorwaarden zijn er zeer ongunstig voor de werknemers. Ondanks het feit dat er bepaalde overeenkomsten gesloten werden voor de werknemers die daar werken, heeft de president toch het loon verlaagd voor de maquilas. Er zijn mensen die daar van 7 uur 's ochtends tot 11 u 's avonds opgesloten worden, letterlijk. Ze krijgen nauwelijks de tijd om naar het toilet te gaan. Ze moeten keihard werken.

Maar op een bepaald moment wordt het de werkneemsters vaak toch te veel en dan gaan ze een vakbond oprichten. Vanaf het moment dat dit bekend is, valt men de huizen binnen waar men denkt dat er ledenlijsten te vinden zijn. Wie lid is, wordt dadelijk ontslagen. Vaak wordt de onderneming gewoon gesloten en onder een andere naam, met ander personeel opnieuw opgestart. Deze praktijk is schering en inslag. Het gaat om tienduizenden mensen die hierdoor hun job kwijtraken. Bovendien komt wie op een dergelijke manier zijn baan kwijtgeraakt is op een zwarte lijst te staan en die kan het verder wel vergeten als werknemer. Vaak gaat het om alleenstaande moeders met kleine kinderen. Die kunnen dan enkel nog in de informele economie terecht om de kost te verdienen.

"Waarschijnlijk heb je niet genoeg gewerkt"

Heel wat mensen hebben echter nog met zwaardere repressie te maken. Zo hoorden we het verhaal van Sylva Cusge, een verhaal van een vakbond in een gemeente. Het gemeentepersoneel had een vakbond opgericht en de juridische verantwoordelijke van die vakbond, Armando Sanchez, werd vermoord. Ook Sylva Cusge die ons het verhaal deed werd bedreigd. Gedurende dagen heeft een zwaar bewapende man voor haar huis gestaan, ze werd op de duur ontslagen zonder uitbetaling van loon. En als je dan naar de arbeidsinspectie stapt, krijgt je daar te horen "dat is waarschijnlijk omdat je niet genoeg gewerkt hebt."

Ook de mensen van het zwaar wegtransport kwamen met hun verhaal. Zij moeten vaak heel veel uren na elkaar werken omdat ze overdag niet door de steden mogen rijden. Dat moet 's nachts gebeuren, maar op dat moment lopen ze ook het meeste gevaar om aangevallen te worden door bandietenbendes.

Er waren tientallen voorbeelden van mensen die familie of kennissen verloren hebben. Wie daar klacht tegen indient, krijgt daarna thuis een bende over de vloer die duidelijk maakt dat die klacht moet ingetrokken worden. Anders zullen nog andere familieleden dat met hun leven bekopen.

Uit al die getuigenissen blijkt dat een beperkte groep hier een
groot stuk van de economie in handen heeft. Dat wordt
versterkt door het feit dat heel wat politie-agenten in een parallel circuit zitten en door de zogenaamde veiligheidsagenten die zeker een dubbele rol spelen. Veel wordt ook verklaard vanuit de narcotrafiek waar veel geld mee verdiend wordt en die natuurlijk verborgen moet blijven. Van het moment dat men daarmee in aanraking komt, raakt men er meestal niet meer uit en het einde is vaak de dood. Maar al wie raakt aan deze systemen, al wie probeert de reële problemen aan te pakken, die betaalt daar een hoge prijs voor.

zondag 15 februari 2009

Internationale druk aanhouden

Antigua is een stad niet zo ver van Guatemala City. Het is een oude stad, gebouwd door de Spanjaarden. José Pinçon, de vakbondsleider die ik in een vorige blog voorstelde, is er geboren. Gisteren brachten we een bezoek aan zijn stad. Hij vertelde over zijn leven. Onder meer over de eerste keer dat hij in de gevangenis gezeten had. Dat was ook in Antigua, in de kelder van het kapiteinsgebouw op de grote markt. Maar hij deelde me vooral zijn ongerustheid mee. "Hoe moet het hier verder," vroeg hij zich steeds opnieuw af. De mensen rekenen hier echt op de internationale gemeenschap, op missies als deze, om op dezelfde nagel te blijven kloppen. In de hoop dat het ooit zal beteren. Want het is duidelijk dat de druk om veranderingen af te dwingen moeilijk van binnenuit kan komen, die moet van buitenaf blijven komen.

Willy Morales

Vrijdagavond om 21 uur heeft men Willy Morales gevonden. Willy Morales was een vakbondsman. Zijn lichaam is gevonden op de weg en het was daar duidelijk achtergelaten met de bedoeling dat het nog meerdere keren zou overreden worden. Ook vooraf was hij al zeer sterk toegetakeld. Hij was gefolterd. Zijn weduwe blijft over met twee kleine kinderen.

Dit is een van de gevallen. Hij zal de zoveelste zijn dit jaar. In 2008 werden in Guatemala 11 vakbondsleiders vermoord, in 2007 waren dat er 9.
Soms worden mensen vermoord, soms worden ze opgepakt en verdwijnen ze. Zo is er op dit moment iemand die men heeft opgepakt en die men beschuldigt van moord op iemand anders. Maar niemand gelooft dat verhaal, niemand gelooft dat die persoon de moord gepleegd heeft. Men vraagt nu wat de stand van zaken is in het onderzoek, in welke gevangenis hij zit, of hij niet bezocht kan worden, ... Maar op al deze vragen, krijgt men geen antwoord. De vrees is dat ook hij op een of andere manier verdwenen is.

Dit zijn natuurlijk de uiterste vormen van 'tegenwerken' van de vakbond, maar de andere vormen zijn ook duidelijk. Van zodra men ontdekt dat mensen gesyndiceerd zijn, worden ze ontslagen. Men doet raids op kantoren van vakbonden om ledenlijsten te bemachtigen; die lijsten heeft men nodig om mensen te kunnen ontslaan. In theorie is er een gerechtelijke procedure om die mensen terug aan te werven, de uitspraak gebeurt wel maar ze wordt nooit uitgevoerd.

De mensen die wij ontmoeten, vrezen dat tijdens het bezoek van onze delegatie zal gebeuren wat telkens bij dergelijke gelegenheden gebeurt. De overheid zal proberen aan te tonen dat ze écht wel haar best doet. Ze zullen bijvoorbeeld zeggen dat ze het aantal arbeidsrechters verhoogd hebben. Maar in de praktijk schijnt dat nog niet gerealiseerd te zijn. Ze zullen zeggen dat ze het kantoor van de procureur-generaal speciaal voor die aangelegenheden i.v.m. vakbondsrechten versterkt hebben. Maar in de praktijk ziet niemand daar iets van. Ze zullen zeggen dat ze een tripartiet comité hebben opgericht om een aantal zaken op te volgen. Maar in de praktijk stelt men dat tripartiete comité samen met mensen die de regering zelf aanduidt en gebeurt dat dus niet door de vakbonden zelf. Regering en werkgevers doen altijd hun uiterste best om aan te geven hoe goed ze hun best doen, maar in de praktijk gaat het niet vooruit.

Volgens onze gesprekspartners is dat te wijten aan het feit dat een minderheid hier een meerderheid regeert. Een minderheid die belang heeft bij de winsten van de ondernemingen, die die ondernemingen ook nodig heeft. Vandaaruit ontstaan dan telkens coalities. Die is er bv. ook voor de maquilas, dat zijn de ondernemingen in de vrijhandelszones. Daar moeten ze geen taksen betalen. Voor de maquilas bestaat ook een akkoord met lagere minimumlonen. De omstandigheden waarin de mensen er moeten leven en werken tarten iedere verbeelding.

Tot daar enkele voorbeelden, enkele situaties.

zaterdag 14 februari 2009

De context

Het vliegtuig heeft nog een hoogte van 5000 meter. Onder me zie ik een indrukwekkend landschap: ruwe bergen, vulkanisch, bruin, zwart met in de dalen grote groene stukken. Een bijzonder landschap. Ik had het nog nooit zo gezien, maar ik had het me wel zo voorgesteld. Een voorstelling op basis van boeken over de Maya's die ik vroeger gelezen heb. Want dit is Maya-land.

José Pinçon - door iedereen Pépé Pinçon genoemd - staat me in de aankomsthal van de luchthaven op te wachten met een hele delegatie. Hij is de voorzitter van de belangrijkste vakbond hier (Central General de Trabajadores de Guatemala- CGTG,) ik kom er in de loop van de volgende dagen zeker nog op terug. De ontvangst is hartelijk. Anders dan in België voel ik me groot. De mensen hier zijn klein van gestalte. Naast de delegatie, zijn er ook journalisten van radio en televisie aanwezig. "Wat komt deze delegatie hier doen?" "Zal ze bijdragen tot de oplossing van de problemen van geweld waar men hier al zo lang mee leeft?"

Tijdens de lange reis - 18 uur was ik onderweg - heb ik veel gestudeerd, gelezen. Ik heb de dossiers uit Genève nog eens goed doorgenomen. De problemen van geweld en het niet aanvaarden van sociaal werk en vakbondswerk hier, hebben te maken met veel verschillende elementen. Om het goed te begrijpen kan je niet anders dan ook even de geschiedenis in te duiken.

Dit is een land met zeer veel geweld. Er is het natuurgeweld waar het landschap van getuigt. Heel de streek rust op enkele tektonische platen die regelmatig tegen elkaar aan of over elkaar schuiven. Meermaals in de geschiedenis heeft men hele steden moeten verhuizen. De laatste grote aardbeving dateert uit 1976 en kostte 22 000 levens. Maar er is ook menselijk geweld.

Men schat dat de Maya's hier al leven van zo'n 3000 jaar voor onze jaartelling. Volgens hun heilige boek zijn ze geschapen uit maïs. Ik moet onwillekeurig denken aan Darwin en zijn evolutietheorie en alles wat daar tegenwoordig bij ons over te doen is. Volgens hun overlevering probeerde een van de goden dus de mens te scheppen. Eerst met klei, vervolgens met hout en tenslotte met maïs, wat blijkbaar het beste resultaat gaf.

De Maya's ontwikkelden hun cultuur, wetenschap, wiskunde. Ze richtten schitterende gebouwen op waar nog altijd overblijfselen van te zien zijn, ondermeer de piramidegebouwen.

Maar onderling deden ze het niet zo goed. Ze maakten ruzie en voerden oorlog, vaak met bepaalde gebieden als inzet.

Met zo'n ruzieënde Maya's hadden de Spanjaarden het in de 16e eeuw niet zo moeilijk om het ganse gebied in te nemen. De Spanjaarden die bleven, ontwikkelden hier een ganse economie, vaak tegen de belangen van de Maya's in. In de 19e eeuw werd in Guatemala de onafhankelijkheid uitgeroepen; de afstammelingen van de Spanjaarden waren het beu belastingen te betalen aan de Spaanse koning.

Maar sindsdien is in dit land de ene dictator na de andere aan de macht gekomen, sukkelde men van de ene machtsgreep naar de andere, van de ene geweldperiode in de andere. Een mensenleven had nooit veel waarde. Steeds werden mensen opgepakt, gefolterd, vermoord.

Van 1945 tot 1954 was er een korte democratische periode. Er was een president die een sociaal systeem invoerde met echte inspraak en een goede sociale zekerheid. Maar het systeem werd ten val gebracht. De Amerikaans inlichtingendienst CIA tekende daarvoor. Een aantal Amerikanen waren hier betrokken bij grote fruitbedrijven en die zaten blijkbaar niet te wachten op zo'n democratisch bestel. Het regime werd omver geworpen.

In reactie hierop ontstonden stilaan een viertal guerillabewegingen - ook Che Guevara heeft de inval in '54 hier gezien - die probeerden het regime van de Amerikanen ten val te brengen.

Uiteindelijk ontstond een burgeroorlog die duurde van 1960 tot 1996. In dat jaar werden prachtige vredesakkoorden getekend, maar een aantal punten daaruit zijn nog steeds niet gerealiseerd. In de periode van de burgeroorlog ontvluchtten 100 000 mensen het land. Er werden 250 000 doden of vermisten geteld. Voor slechts 226 van hen werd een schadevergoeding betaald. Er werd een soort waarheidscommissie opgericht zoals we die kennen uit Zuid-Afrika, maar anders dan in Zuid-Afrika slaagde die er niet in de waarheid aan het licht te brengen. Sinds twee jaar - en nog tot september '09 - is hier een permanent bureau van de Verenigde Naties geïnstalleerd, in een poging de grote problemen aan bod te laten komen. Maar voorlopig blijft de straffeloosheid regeren.

De geschiedenis van dit land is zeer tumultueus en moeilijk.
De problemen die zich vandaag stellen, zijn dubbel.

Enerzijds heeft veel te maken met het grootgrondbezit. Een klein aantal mensen beschikken over zowat alle grond en rijkdom. Daartegenover staat een grote groep campesinos die bijna niets bezit.

Het andere grote probleem heeft te maken met de indeling van de bevolking. Het grootste deel bestaat uit indigenas en dat zijn vooral Maya's alhoewel er ook veel meztiezen zijn, vanuit gemengde rassen. Zij worden het ergst getroffen door de straffeloosheid. Sinds 2008 is er een nieuwe president, Alvaro Colom, die wel iets wil veranderen, maar blijkbaar niet is opgewassen tegen de heersende krachten, m.n. de grootgrondbezitters. De indigenas worden door hen verafschuwd. Er zijn grote problemen van discriminatie en ongelijkheid. Maar al diegenen die daar tegen reageren - ngo's en vakbonden - worden vervolgd. Openlijk of clandestien.

In dit kluwen moet de IAO-missie dus proberen klaar te zien en een begin van een verhaal te schrijven dat iets oplevert voor deze mensen. Maar voor de aanvang van de officiële missie maandag, probeer ik hier zaterdag en zondag zoveel mogelijk contacten te hebben met mensen die het aan den lijve ondervonden hebben of wiens familieleden vermoord werden. Het worden ongetwijfeld belangrijke, maar ook emotionele dagen.